21-05-14

Lentekriebels

De lente is inmiddels al een hele poos in het land, en geef toe : we kijken al reikhalzend uit naar de zomer. Naar de zijn verre (sub)tropische oorden met de goudgele stranden en fleurige niemendalletjes, de gebruinde torso’s en de zuiderse klanken, geuren en kleuren. Maar… dat is nog even wachten. Voorlopig moeten we het met ietwat minder stellen; maar los daarvan zien we dat met de intrede van het voorjaar, met redelijk zacht weer en de eerste zon onze wegen overspoeld worden door motorrijders. Zelf motorrijder zijnde kan ik dat alleen maar toejuichen; het is een prima remedie tegen de files, het verbruik en dus de uitstoot ligt lager, en de piloten zijn stuk voor stuk sympathieke mensen. (lol). Niets dan voordelen dus.

 

Maar vele van onze tweewielige zielsgenoten hebben toch zo hun eigen gewoontes en handelswijzen die, ook al zijn ze goedgemeend, niet zijn toegestaan. Soms ligt onduidelijke wetgeving aan de oorsprong, soms onwetendheid bij de rijders zelf.

 

Een wijd verbreide gewoonte bij motorrijders is het gelijktijdig gebruik van alle richtingaanwijzers, via de alarmknop. Meestal doen ze dat wanneer ze bij een stilstaande of traag rijdende file tussen de voertuigen door laveren. De bedoeling van dit gebruik is simpel en eerbaar : beter gezien worden. Voor een motorrijder terecht sowieso een van zijn eerste en grootste bekommernissen.

 

Maar Dit kan en mag hij echter niet naar hartelust ! De wet heeft hieromtrent wel duidelijk bepaald wanneer dit kan en mag.

Het gebruik van de 4 knipperlichten is slechts toegelaten in drie gevallen : 1. bij schoolvervoer om aan te duiden dat de kinderen gaan instappen of uitstappen. 2. voor het signaleren van een defect voertuig of afgevallen lading, of 3. om de weggebruikers te wijzen op een dreigend gevaar voor ongeval.

Zoals je ziet, niet direct situaties die op de huid van de motorrijder zijn geschreven, behoudens misschien het laatste.

 

Nadert een motorrijder een traag rijdende of stilstaande file, dan is het zeker aangewezen dat hij alle richtingaanwijzers en zijn remlicht gebruikt om het achteropkomend verkeer te waarschuwen “voor een dreigend gevaar voor ongevallen”, maar daar moet het bij blijven. Het is niet toegestaan deze in werking te laten om tussen de file door te rijden in een poging zichzelf beter zichtbaar te maken voor de autobestuurders.

 

Als ze dat wel doen zijn ze misschien wel beter gezien, maar als onze blauwbloezen hen zo bezig zien, wel dan zijn ze pas gezien !

 

Hans HERBRANT

 

Motorrijder in file.jpg