07-04-14

Zekerheden

Ik herinner mij, alsof het gisteren was, dat het weder zich mooi hield aan de aloude wijsheden.

 

Het weer leidde toen geen eigen leven, deed niet wat het wou, waar of wanneer het iets wou, en gedroeg zich dus niet als een losgeslagen puber die persé het gezag van wie of wat ook wil trotseren of neerhalen. Neen, het weder liep mooi in de pas, als een goedgetraind peloton jonge rekruten en liet zich zonder morren leiden door de oude weerspreuken en gezegden.

Februari was de kattenmaand – maar dat heeft niets met het weer te maken zeker -, de maartse buien kwamen mooi op tijd en waren er naar, en april was een zoals het hoorde steeds gril. In mei was het dan weer uitkijken geblazen waar men de voeten zette, want in die maand werden overal eieren gelegd, en juni was steevast de start van weer een lange hete zomer.

 

Maar als we de afgelopen maanden bekijken kunnen we alleen maar besluiten dat nu alle zekerheden weg zijn en dat het nooit meer is wat het was of worden zal. Benevens de dagdagelijkse kans op een onverhoedse tropische storm of plensbui komt het feit dat door de oorzaak nummer 1 van de klimaatverandering de steden autovlakkig dichtslibben terwijl onze brave maar nijvere stadsplanners tegelijk elke straat verkeersluw, verkeersarm of verkeersvrij willen maken. We gaan dus met zijn allen op dat gebied wel terug in de tijd; terug naar de per definitie ondergrondse catacomben die bescherming boden tegen de heidense vervolging of naar de grotten en gewelven waar de wreedaardige Noormannen geen weet van hadden en iedereen dus veilig was.

 

Voor de moderne automobilist zijn deze duistere en vochtige vluchtplaatsen vervangen door veilig geachte ondergrondse parkeertempels, waar de homo mobilis anno 2014 onafhankelijk van aardse toestanden en beschermd tegen weer en wind, met een glazen kooi tot in de verwarmde shoppingcentra of de beschutte winkelstraten wordt gebracht. Zijn stalen ros (voor een keer - en met mijn welgemeende verontschuldigingen aan mijn beminde motorbroeders – gebruik ik dit woord ook voor de vierwieler) staat in zijn ogen dan volledig veilig en beschut te wachten op zijn terugkeer. Maar zoals Bredero al wist: het kan verkeren, en al te vaak moet hij (de bestuurder en niet Bredero!) vaststellen dat zijn dierbaar bezit tijdens zijn afwezigheid enige beschadiging opliep. Elke parkeergarageuitbater dekt zich tegen deze omstandigheid en daaruit volgende reclamerende cliënten in door een bord (soms groot soms klein) waarop staat dat hij niet aansprakelijk is voor gebeurlijke ongevallen en beschadigingen, of hij laat dit drukken op het ticket.

Deze aansprakelijkheidsbeperking laat hem echter niet steeds vrijuit gaan. Wanneer men onvoldoende zeker is dat de gebruiker van de parkeergarage vooraf kennis had of kon hebben van deze clausule kan de uitbater toch verantwoordelijk zijn voor de schade.

Let wel! “KAN” verantwoordelijk zijn, want ’t is met het recht zoals met het weder: er zijn allang geen zekerheden meer…

Parkeergarage.jpg